Hoe lees je glooiingen op de green?

Bij het leren lezen van greens gebruik je in principe dezelfde basisaanpak als bij het recht putten met de G-PIT. Het verschil is dat je de G-PIT nu draait om de tee waarmee deze op de green is geplaatst, zodat je de ideale puttlijn kunt bepalen.

In Figuur 10 zie je een puttlijn die eerst recht vertrekt en dan naar links afbuigt richting de cup.

Figuur 10: Afbuigende putlijn linksom.
Figuur 11: Afbuigende putlijn rechtsom.

De mate van afbuiging hangt af van de aanwezige glooiing. Soms zit een glooiing al aan het begin van de putt, waardoor de bal eerst afbuigt en daarna weer rechtdoor rolt. Dit soort putten is moeilijker dan een break vlak bij de cup, dus oefen dit pas als je het putten met een recht begin goed beheerst.

Je hebt de green niet automatisch optimaal gelezen zodra een bal de cup bereikt of er vlak langs rolt. Pas bij herhaling kun je beoordelen of de vertrekrichting en de pendulebeweging juist waren.

Bij een putt met break kan het zijn dat:

  • de break correct is gelezen, maar de bal te hard of te zacht wordt geput;
  • de snelheid goed is, maar de vertrekrichting van de bal niet klopt.

In beide gevallen kan de bal net langs de cup rollen of er ruim naast gaan. Idealiter komt de bal binnen 10% van de afstand tot de cup tot stilstand; dit vergroot de kans dat een tweede putt erin gaat. Bij langere putten kan later geoefend worden om deze marge naar 5% te verbeteren.

Oplijnen met de G-PIT

  1. Plaats de G-PIT zoals bij het recht putten.
  2. Steek een tee in het witte vlak van de G-PIT zodat deze stabiel blijft bij het draaien.
  3. Ga gehurkt achter de G-PIT zitten en kijk evenwijdig langs de lijn van de golfbal naar de richting die je wilt dat de bal vertrekt. Draai de G-PIT indien nodig bij zodat deze parallel ligt aan de putlijn naar de cup.
  4. Visualiseer hoe de bal vertrekt, hoe ver hij rechtdoor rolt en vanaf welk punt hij door de glooiing afbuigt.

Plaats een tweede tee aan het einde van de G-PIT, bij het kleine witte driehoekje, om de gekozen puttlijn te markeren.

Pendulebeweging en putten

  1. Plaats de tip van de putter op een baldiameter vrij van de bal op de green.
  2. Voer een paar rustige pendulebewegingen uit om de uitslag te voelen die nodig is voor de putafstand.
  3. Plaats de putter achter de bal met het slagvlak haaks op de G-PIT.
  4. Controleer je stand en ontspannen houding, linkeroog boven de bal (rechteroog voor linkshandige golfers).
  5. Maak de achterwaartse beweging precies tot het punt dat je hebt bepaald met je oefenputts en vervolg met de voorwaartse beweging.

Blijf kijken naar de vertrekpositie van de golfbal totdat de puttbeweging volledig is uitgevoerd. Herhaal dit met drie ballen en analyseer waar ze tot stilstand zijn gekomen.

  • Niet tevreden? Corrigeer dan de vertrekrichting door de G-PIT iets te roteren en plaats weer een tee bij het witte driehoekje. Laat de aanwezige tee zitten zodat je weet wat de vorige uitlijnpositie van de G-PIT was.
  • Herhaal het proces met nieuwe ballen en observeer de resultaten.

Door dit proces leer je de relatie tussen de pendulebeweging, de puttrichting en de effecten van de glooiingen. Met concentratie en geduld ontwikkel je zo het vermogen om de greens correct te lezen.

Lukt het zelf niet helemaal, overleg dan met je golfpro. Hij kan via je puttbewegingen en de gepositioneerde G-PIT je aanpak en je puttroutine volgen en aanwijzingen geven voor correcties. Succes met oefenen, zowel met de G-PIT als later zonder, tijdens je ronde op de golfbaan.

Scroll naar boven