Hoe pas je de G-PIT toe op andere banen?

Kalibreer je putting swing (pendulebeweging) eenvoudig op de snelheid van de greens van elke andere golfbaan. Omdat de G-PIT standaard in je golftas zit, kun je op iedere baan snel wennen aan de geldende stimpwaarde.

Leg de G-PIT op de oefengreen en putt een aantal ballen met de nu aangeleerde puttechniek. Zo krijg je snel gevoel bij welke pendule-uitslag hoort bij een bepaalde rollengte op de greens van die dag. Aangezien de greens op de baan dezelfde snelheid behoren te hebben als de oefengreen, neem je dit gevoel direct mee de baan in.

Hoe putt je zonder G-PIT?

Hier draait het uiteindelijk om: alles wat je met de G-PIT hebt geleerd, toepassen zónder hulpmiddel. Dat zal even wennen zijn, maar je bent er klaar voor. Verwacht niet meteen perfecte resultaten; vertrouwen en consistentie groeien met herhaling.

Door een vaste routine te volgen creëer je rust, focus en controle. Die innerlijke rust is essentieel voor goed putten (en chippen).

Zo pak je het aan op de green:

  1. Markeer je bal, neem hem op en maak hem schoon.
  2. Wacht rustig op je beurt en observeer ondertussen het gebied tussen je marker en de cup. Laat je niet opjagen: jouw routine, jouw tempo. Tegenwoordig is het wel de bedoeling dat je ready golf toepast tijdens je ronde golf. Dit is niet gebruikelijk bij matchplay.
  3. Let op andere ballen die (bijna) over jouw puttlijn rollen. Ze kunnen waardevolle informatie geven over snelheid en break.
  4. Plaats je bal terug vóór de marker in de beoogde puttlijn en verwijder de marker.
  5. Ga gehurkt achter de bal zitten (op ongeveer 1-2 meter) en visualiseer de rol van de bal richting de cup. Kies een duidelijk mikpunt op 0,5-1 meter vóór de bal.
  6. Neem je positie in, met focus op de bal en het gekozen mikpunt.
  7. Lijn jezelf parallel uit aan de denkbeeldige lijn tussen bal en mikpunt.
  8. Maak enkele oefenswings, gebruikmakend van de pendule-uitslag die je kent uit het trainen met de G-PIT. Beweeg de putter ook tot de achterzwaai die je straks echt gebruikt.
  9. Plaats de putter achter de bal, met je linkeroog boven de bal (rechteroog voor linkshandigen) en het slagvlak haaks op de puttlijn.
  10. Blijf rustig en gefocust. Onderdruk de neiging om te slaan of te vroeg op te kijken.
  11. Voer de pendulebeweging vloeiend uit en maak deze volledig af.
  12. Kijk pas daarna hoe de bal rolt en waar hij eindigt ten opzichte van de cup.

Het resultaat

Klopte je lezing? Het resultaat is wat het is: goed, matig of slecht; er is geen tweede kans op dezelfde slag. Er is wel altijd een volgende putt, met dezelfde routine. Oefening baart kunst.

En loopt het even niet? Dan heb je altijd nog je G-PIT om terug te gaan naar de basis. Goed putten blijft onlosmakelijk verbonden met blijven oefenen, op de oefengreen.

Word nooit boos op de G-PIT als iets niet lukt. De fout ligt nooit bij het hulpmiddel, maar altijd bij de golfer. En wees lief voor je G-PIT: grof geweld kan schade veroorzaken.

De ultieme puttoefening

Deze oefening wordt uitgevoerd zonder de G-PIT.

Plaats drie golfballen op de oefengreen (vlak of glooiend) op afstanden van bijvoorbeeld 2, 3 en 4 meter van de cup. Alternatieve afstanden zijn eveneens geschikt. Leg de ballen zodanig neer dat ze niet in elkaars verlengde richting de cup liggen, zie Figuur 12.

Figuur 12: De ultieme oefening.

Put de drie ballen in wisselende volgordes, bijvoorbeeld 1-2-3, 3-2-1 of 1-3-2. Het doel is elke bal binnen 10% van de putafstand tot stilstand te brengen vanaf de cup. Beheers je deze oefening, dan mag je verwachten dat je dit ook op de greens van de golfbaan kunt uitvoeren, maar daar krijg je slechts één kans. Gebruik die goed.

Scroll naar boven